Kijk, dit is jouw straat. Je beweegt je al zolang ik je ken in die straat. Iedereen om je heen gaat dezelfde kant op. Dat vind je belangrijk. Je hebt nooit een afslag genomen, nooit een zijstraat bezocht. Het is veilig zo. Maar soms komt iemand je tegemoet lopen zoals ik. Precies de andere kant op. En dan schrik je.
Je trapt vol op de rem. En wacht. Je wilt dat ik me omdraai en je stroom volg. Maar dat kan ik nu niet. Het is niet mijn pad. Niet op dit moment. Zo blijven we een tijdje staan. Jij stokstijf. En ik, ik maak van een mug een olifant om vervolgens voorzichtig over je heen te kunnen stappen en mijn weg te vervolgen. Zonder je per ongeluk te vertrappen. Ik wil al die zijstraten die jij hebt laten liggen ook nog zien. Ik wil begrijpen wat er daar te vinden is en waarom je er nooit bent geweest. Waarom je er niet naartoe durfde te gaan. Misschien keer ik dan wel terug met grote schreden om je te vinden. Dan kan ik je vertellen wat ik heb gezien.
Misschien kan ik je wel geruststellen omdat ik verderop in de zijstraten alleen maar mooie dingen zag. Dan kunnen we samen een stukje teruggaan zodat ook jij jouw pad van de andere kant kunt zien. Daarna gaan we weer jouw richting op en beslissen samen bij elke zijstraat of we die willen bezoeken of niet. Zo kunnen we misschien nog wel lange tijd met elkaar een weg volgen. Ik hoop het. Maar nu, nu lopen we even in tegengestelde richtingen.
(Afbeeldingsherkomst: worth1000.com)